Robby Berenstein
De Centrale Bank Werknemers Organisatie (CBWO) verwijt de directie van de Bank dat zij de volledige uitvoering van het eindoordeel van de Bemiddelingsraad afhankelijk maakt van overleg over werknemersbijdragen voor pensioen en ziektekosten. Volgens voorzitter Robby Berenstein staan die twee zaken los van elkaar. De bond is bereid over bijdragen te praten, maar niet als voorwaarde voor de uitvoering van de loonverhoging van 14 tot 16 procent, de lumpsum en de verhoging van de vervoerstoelage. De werknemers hebben daarom het werk neergelegd en eisen dat het eindoordeel naar letter en geest wordt uitgevoerd. De Bemidelingsraad heeft partijen opgeroepen om vannavond het probleem te bespreken. De bond zal de uitkomst daarvan dinsdag aan een algemene ledenvergadering voorleggen en daarna bepalen hoe de acties verdergaan.

Berenstein zei maandag tijdens een persconferentie van C-47 dat de acties niet alleen voortkomen uit het huidige loonconflict. Volgens hem is sprake van een opeenstapeling van problemen in de arbeidsverhoudingen bij de Centrale Bank. De bond verwijt de directie structurele vertraging van overleg en onvoldoende uitvoering van afspraken over regulier overleg. De directe aanleiding is echter het eindoordeel van de Bemiddelingsraad in het arbeidsconflict. De CBWO had eerder een loonvoorstel van 35 procent ingediend. Nadat partijen tijdens de onderhandelingen niet tot overeenstemming kwamen, werd de Bemiddelingsraad ingeschakeld. Die kwam uiteindelijk met een gedifferentieerde structurele loonverhoging.

Werknemers met een maandloon tot SRD 30.000 krijgen volgens het oordeel 16 procent. Voor de daaropvolgende inkomensgroepen zijn verhogingen vastgesteld van respectievelijk 15,5 en 15 procent. Werknemers in de hoogste categorie, boven SRD 90.000, krijgen 14 procent. Gemiddeld komt de loonaanpassing volgens de Bemiddelingsraad uit op ongeveer 15,1 procent. Daarnaast voorziet het oordeel in een lumpsum. De hoogte van de lumpsum is eveneens gekoppeld aan de inkomenscategorie. Werknemers in de laagste categorie ontvangen anderhalve maand loon, waarna de uitkering afloopt naar 1,25 maand, één maand en uiteindelijk 0,75 maand voor de hoogste inkomensgroep. Daarnaast moeten de bestaande vervoerstoelagen met 12 procent worden verhoogd.

Tijdens het bemiddelingsproces had de directie voorgesteld werknemers een bijdrage te laten betalen voor pensioen en ziektekosten. Momenteel worden volgens de CBWO dergelijke bijdragen niet op het salaris van werknemers ingehouden. De Bemiddelingsraad heeft hierover echter geen percentage vastgesteld. Berenstein las tijdens de persconferentie voor uit het eindoordeel dat de raad geen werknemersbijdrage voor pensioen en ziektekosten in het oordeel opneemt en dat dit onderwerp in afzonderlijk overleg tussen partijen moet worden behandeld.

Volgens de CBWO betekent dit dat de pensioen- en ziektekostendiscussie geen onderdeel vormt van de financiële uitkomst die nu moet worden uitgevoerd. “Wij schuwen geen overleg”, benadrukte Berenstein. De bond wil echter dat een eventuele werknemersbijdrage wordt besproken binnen het reguliere overleg dat volgens de cao tussen directie en werknemersorganisatie moet plaatsvinden.

De discussie kan volgens hem bovendien niet worden teruggebracht tot de vraag of werknemers één of enkele procenten moeten bijdragen. Indien werknemers zelf gaan betalen, wil de bond ook weten wat daar tegenover staat, onder meer ten aanzien van de kwaliteit van de ziektekostenvoorziening en de pensioenregeling. Daarmee ontstaat een fundamenteel verschil van interpretatie tussen de partijen.

De Centrale Bank heeft inmiddels een lumpsum uitgekeerd en de vervoerstoelage met 12 procent verhoogd. Voor de lonen heeft de directie een aanpassing van 11,4 procent aangekondigd, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026. Dat percentage accepteert de CBWO niet als uitvoering van het eindoordeel. De bond houdt vast aan de door de Bemiddelingsraad vastgestelde percentages van 14 tot 16 procent. Volgens Berenstein probeert de directie feitelijk voorwaarden te verbinden aan verdere uitvoering door eerst overeenstemming te willen bereiken over pensioen- en ziektekostenbijdragen. “Men wil uitvoeren naar eigen inzichten”, stelde hij.

De directie heeft volgens de bond niet gezegd dat zij het oordeel van de Bemiddelingsraad als niet-bindend beschouwt. Integendeel, zij heeft aangegeven uitvoering te willen geven aan het oordeel. Het geschil gaat volgens de CBWO daarom vooral over de wijze waarop dat gebeurt.
Berenstein stelde dat het eindoordeel op grond van de cao tussen de Centrale Bank en de werknemersorganisatie bindend is. Hij erkende tegelijkertijd dat juristen verschillend denken over de juridische status van dergelijke oordelen van de Bemiddelingsraad. Voor de CBWO is die discussie in dit geval echter niet doorslaggevend, omdat partijen volgens hem in hun cao zelf hebben bepaald dat een gevraagd eindoordeel van de raad bindend is.

De vakbondsleider waarschuwde daarnaast voor de bredere gevolgen wanneer werkgevers een eindoordeel van de Bemiddelingsraad naar eigen inzicht zouden kunnen uitvoeren. Volgens hem zou daarmee een gevaarlijk precedent worden geschapen voor de arbeidsverhoudingen in Suriname. De bond doet daarom ook een beroep op de regering om aandacht te besteden aan de situatie. De werknemers blijven vooralsnog in actie. Berenstein benadrukte dat werkneerlegging voor de CBWO geen doel op zichzelf is, maar een middel om uitvoering van haar eisen af te dwingen. De bond gaat maandagavond wel in op de uitnodiging van de Bemiddelingsraad. Volgens Berenstein zal zij daar één centrale boodschap uitdragen: het eindoordeel moet “naar letter en geest” worden uitgevoerd. Na het overleg keert het bestuur terug naar de leden. De algemene ledenvergadering beslist vervolgens over het verdere verloop van de acties.