Column: Tijdelijke maatregelen vragen blijvende openheid
Toen de oorlog in het Midden-Oosten uitbrak, stond de regering voor een moeilijke keuze. De internationale olieprijzen schoten omhoog en dreigden de inflatie verder aan te jagen. Om de koopkracht van burgers te beschermen en de productie- en transportsector niet verder onder druk te zetten, werd op 18 maart een price cap ingevoerd. De maximumprijs werd vastgesteld op SRD 53,27 voor diesel en SRD 48,32 voor unleaded.
Gezien de omstandigheden was dat een verdedigbare beslissing. Maar iedere tijdelijke maatregel roept vroeg of laat een nieuwe vraag op: hoe wordt beoordeeld of zij nog steeds nodig is?
Sinds maart is de internationale oliemarkt allesbehalve stabiel geweest. De prijzen stegen fors, daalden daarna weer en lopen inmiddels opnieuw op door de aanhoudende spanningen in het Midden-Oosten. Dat laat zien hoe moeilijk het is om prijsbeleid te voeren in een onzekere wereld. Juist daarom is transparantie zo belangrijk.
Minister van Financiën en Planning Adelien Wijnerman zei tijdens de begrotingsbehandeling dat de regering zich op korte termijn zal buigen over de toekomst van de brandstofsubsidie. Zij gaf bovendien aan dat een geleidelijke afbouw verstandiger kan zijn dan een abrupte beëindiging. Zonder de price cap zou een liter diesel volgens haar ongeveer SRD 64 kosten en unleaded ongeveer SRD 62.
President Jennifer Simons gaf aan dat de overheid ongeveer SRD 300 miljoen per maand opoffert om de brandstofprijs kunstmatig lager te houden. Dat gebeurt via een lagere governmenttake. Het is een forse ingreep. Dat geld kan immers maar één keer worden uitgegeven. Iedere maand waarin de staatskas honderden miljoenen Surinaamse dollars misloopt, is er minder ruimte voor investeringen in gezondheidszorg, onderwijs, veiligheid, infrastructuur en andere maatschappelijke voorzieningen.
Dat betekent niet automatisch dat de subsidie moet verdwijnen. Het betekent wel dat de samenleving mag weten hoe die afweging wordt gemaakt. De discussie gaat daarom niet in de eerste plaats over de vraag of de brandstofprijs omhoog of omlaag moet. Zij gaat over goed bestuur en een open overheid.

Hoe wordt de price cap vandaag berekend? Hoeveel governmenttake loopt de Staat daadwerkelijk mis? Hoe groot is de subsidie nog, nu de olieprijs sinds maart meerdere keren fors is veranderd? Wanneer wordt vastgesteld dat de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat het beleid moet worden aangepast? En wanneer worden die afwegingen met de samenleving gedeeld?
De price cap heeft niet alleen met de consument te maken. Zij grijpt ook in op de concurrentie tussen oliemaatschappijen. Waar bedrijven voorheen nog met elkaar concurreerden op pompprijs, betalen automobilisten tegenwoordig vrijwel overal hetzelfde bedrag. Dat roept vanzelf nieuwe vragen op. Hoe werkt de concurrentie nog? Wordt de subsidie voor iedere oliemaatschappij op dezelfde wijze berekend? En hoe wordt voorkomen dat verschillen in prijsopbouw of kostprijs leiden tot ongelijke uitkomsten? Juist omdat de overheid ingrijpt in de markt, verdient ook de werking van dat systeem volledige openheid.
Stabiliteit is een legitiem beleidsdoel. Een overheid hoeft de pompprijs niet iedere week aan te passen aan de internationale oliemarkt. Maar stabiliteit is iets anders dan stilzwijgen. Juist omdat de regering in maart bewust heeft gekozen voor een ingrijpende marktinterventie, mag de samenleving verwachten dat zij periodiek uitlegt hoe het systeem werkt, welke afwegingen worden gemaakt en wanneer het beleid opnieuw wordt geëvalueerd. Dat sluit ook aan bij de manier waarop de president destijds het besluit voorbereidde: via overleg met het bedrijfsleven, vakbonden, economen, politieke partijen en andere maatschappelijke organisaties.
Opmerkelijk genoeg is over de prijsopbouw nauwelijks openbare informatie beschikbaar. Daardoor verandert een maatschappelijke discussie al snel in een debat op basis van vermoedens in plaats van feiten. Dat is onwenselijk voor de overheid, voor de oliemaatschappijen én voor de samenleving.
De vraag is uiteindelijk niet hoeveel een liter brandstof kost. De vraag is hoeveel openheid goed bestuur waard is. Tijdelijke maatregelen mogen lang duren. Geheimzinnigheid nooit.
Nita Ramcharan
Vandaag
Gisteren
- Miljoenenschuld zet gezondheidszorg in het binnenland op scherp
- NRCS pleit voor vervangen koloniale namen
- SLM zet World Atlantic in om regionale vluchten te stabiliseren
- CBWO: Bank koppelt loonafspraken onterecht aan pensioen- en ziektekostenoverleg
- Offshore-olie en ‘oliedomheid’: Suriname op pad naar schijnwelvaart (4)
- Laatste aftelling voor Irak: soeverein of slagveld?
- Tekort aan co-schapsplaatsen zet artsenopleiding onder druk
- Diaspora-missie, begrip en onbegrip
- Beperking tot 30 geneeskundestudenten maakt opleiding per arts fors duurder
- Amendement: Surinamerschapwet niet langer alleen voor topsporters
- Zonnige start, later kans op buien langs de kust
- Indonesie sluit luchthavens door vulkaanuitbarsting, tienduizenden gestrand
- Column: De stille rebellie van het dankbare leven
- Conflict CBvS en bond gaat om meer dan loonsverhoging; werkneerlegging vandaag
Eergisteren
- Column: Borrelpraat no. 940
- Minstens vijf doden bij crash vrachtvliegtuig op luchthaven Miami
- Moeder, dochter en zwageres omgekomen bij brand in Jarikaba
- Erkenning ís bescherming
- Woning afgebrand aan Sastrodisomoweg
- China en Nepal: Race tegen de tijd om duizenden vermisten te vinden
- Drie verkoolde lijken aangetroffen na woningbrand in Jarikaba
- Tyrone Spong wil instituut voor natuurbescherming oprichten
- Bromfietser overleden na aanrijding in centrum
- Kenki a systeem: Van fysieke naar menselijke infrastructuur
- Jamaica haalt US$2,5 miljard uit toerisme ondanks zware economische nasleep orkaan
- Warm en benauwd, later meer kans op buien
- Guyana ontvangt Cubaanse en Afghaanse gedeporteerde immigranten uit VS
- Vertroebeling van water door ongecontroleerde goudwinning
- Pawiroredjo: Staatsburgerschap niet alleen voor voetballers